Wat kunnen we leren van de acceptatie van bullshitten?

Dit artikel is het vierde en laatste deel in een serie over bullshitten. Voor het eerste deel, zie hier. Deel twee is hier te vinden. De derde bijdrage kan hier worden gelezen.

In de afgelopen drie delen van deze serie is ingegaan op de definitie van bullshitten en de verschillende toepassingen hiervan. Dankzij het werk van de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt kon worden geconcludeerd dat de bullshitter een bijzonder gespannen relatie met de waarheid heeft, en dat de retorica van de Amerikaanse president Trump veelal gekenmerkt wordt dus chronisch bullshitten.

Bullshit doet er dus toe. Desalniettemin heeft een bullshitter niet per definitie kwade intenties. Zo wordt onschuldig “ouwehoeren” (over voetbal, bijvoorbeeld) regematig gekenmerkt door een onverschillige houding ten opzichte van feitelijke nuances, zonder dat sprekers daarbij kwaad in de zin hebben. Ook kan men denken aan het voorbeeld van Ludwig Wittgensteins vriend uit het eerste deel van deze reeks, die bij wijze van spreken haar gezondheid vergeleek met die van een overreden hond. Met andere woorden: bullshitten hoeft niet geassocieerd te worden met een negatieve connotatie.

Dit kan echter wel, zoals blijkt uit Trumps misleidende retoriek. Het is daarom belangrijk om, aan de hand van Frankfurts onderzoek, iets te leren van Trumps “succesformule”.

Verdovende bullshit

In zijn vervolg op On Bullshit – simpelweg getiteld On Truth – bespreekt Frankfurt de rol van waarheid in de menselijke ervaring. Hij doet dit naar aanleiding van het werk van de zeventiende-eeuwse filosoof Baruch Spinoza. Kort samengevat suggereert Frankfurt dat mensen hun geluk ontlenen aan datgene waarvan ze houden. Maar om dit soort objecten in de wereld te kunnen identificeren, zijn mensen genoodzaakt zich te beroepen op de waarheid. Het ervaren van geluk is, volgens Frankfurt, hierom onlosmakelijk verbonden met het herkennen van de waarheid. Hij concludeert: “people cannot help loving truth”.

Deze conclusie compliceert Trumps regelmatige bullshitten. Als men er namelijk voor kiest Frankfurts lezing over de logische connectie tussen geluk en het herkennen van de waarheid te accepteren, rijst al snel de vraag waarom miljoenen Amerikanen zich politiek aangetrokken voelen tot een politicus die de waarheid keer op keer verwaarloost. Wellicht heeft de huidige sociaal-economische realiteit in de VS – denk aan het verdwijnen van talloze industriële banen in bepaalde regio’s – dusdanig veel pijn en woede veroorzaakt bij ‘achtergebleven’ Amerikanen dat zij behoefte hebben gekregen aan een politicus die hen de waarheid doet vergeten.

Trumps retoriek zou voor deze doelgroep dus kunnen functioneren als een aangename verdoving. Het is daarom goed mogelijk dat de acceptatie van Trumps bullshitten symptomatisch is voor structurele problemen in de Amerikaanse samenleving. En dat is allerminst bullshit.