Literatuurwetenschappen bieden uitkomst in zwartepietendiscussie.

De dwangbuis regeert in de verhitte discussie rondom Zwarte Piet. Zowel voor- als tegenstanders hebben ervoor gekozen om zich te laten leiden door vastgebeitelde herinneringen, verkalkte ervaringen, en niet los te wrikken connotaties die zij projecteren op de trouwe bondgenoot van de Goedheiligman. Dit is te merken: hoog oplaaiende demonstraties domineren ieder jaar het nieuws in de vroege decemberdagen, en zelfs de Raad van State werd gedwongen stelling te nemen in deze slepende kwestie. Zwarte Piet is, met andere woorden, a big deal indeed.

Verklaringen voor deze culturele rel draaien veelal rond thema’s van identificatie en representatie: het gevoel van blanke Nederlanders enerzijds dat ‘hun’ cultuur wordt ‘afgepakt’, en de woede van gekleurde burgers anderzijds dat ‘hun’ slavernijverleden geen erkenning krijgt in de nationale canon. Waar deze uitleg echter aan voorbijgaat is dat de wederzijdse woede rondom Zwarte Piet evengoed is geworteld in divergente ervaringen en herinneringen. Deze populaire discussie kan worden bekeken aan de hand van het academische begrip memory site, dat verwijst naar de maatschappelijke praktijk waarbij herinneringen worden geprojecteerd op bepaalde gebeurtenissen, personen, of symbolen.

Zo betoogde de Utrechtse literatuurwetenschapster Ann Rigney in 2012 dat verschillende groepen negentiende-eeuwse lezers radicaal verschillende herinneringen overhielden aan het werk van de Britse schrijver Walter Scott. Rigney toonde op overtuigende wijze aan aan hoe Scotts ridderroman Ivanhoe weliswaar als monumentaal werk werd aangewezen door Amerikaanse slavenhouders, maar betoogt zij tegelijkertijd dat de populariteit van Ivanhoe onder de regionale elite evenzeer gebruikt kon worden als metafoor in kritieken op de grote sociale ongelijkheid in de regio.

Een belangrijke bouwsteen in Rigney’s argument is dat deze uiteenlopende interpretaties het gevolg waren van verschillende herinneringen die aan dit boek gekoppeld werden. Geprivilegieerde slavenhouders herkenden in Ivanhoe de ‘ridderlijkheid’ die zij zichzelf en ‘hun’ maatschappij toedichtten, terwijl critici deze verheerlijking aanzagen als representatief voor de ontkenning van de raciale en socio-economische uitbuiting in de zuidelijke staten. Hoe over Ivanhoe werd gedacht was dus niet zozeer het resultaat van wat men over de inhoud van de roman vond, maar gaf vooral uiting aan de manier waarop lezers dachten over de context waarin gelezen werd.

Deze slotsom sluit prima aan op de casus van de zwartepietendiscussie. Staan wij onszelf toe te denken over het symbool van Zwarte Piet als ware de belichaming van sociaal gedragen ervaringen en herinneringen in plaats van als emblematisch icoon, dan kunnen wij de controverse rondom zijn aanwezigheid in het Sinterklaasfeest zien in het licht van de verschillende ervaringen die Nederlanders koppelen aan zijn verschijning in de openbare ruimte.

De positieve connotaties die blanke Nederlanders veelal verbinden aan Zwarte Piet is dan niet alleen een functie van de koppeling die zij maken tussen het Sinterklaasfeest en hun identificatie als Nederlanders, maar tevens van de ‘warme herinneringen’ die zij projecteren op deze memory site. Aan de andere kant van de maatschappelijke vergelijking kan aannemelijk worden gemaakt dat gekleurde Nederlanders hun weerstand tegen de helper van Sinterklaas wortelen in een algemeen gebrek aan erkenning van de Hollandse slavernijgeschiedenis als de slechte herinneringen die zij hierdoor hebben opgebouwd. Aldus worden de stellingen ingenomen.

Maar wees niet getreurd: de overgave aan deze mentale constructies is tijdelijk. Zo zullen, ondanks de eens zo dominante associatie tussen beide begrippen, nog maar zeer weinigen de koppeling maken tussen Ivanhoe en slavernij in het Amerikaanse zuiden. Desalniettemin laten zowel voor- als tegenstanders van Zwarte Piet zich vooralsnog leiden door heersende invullingen van Zwarte Piet, zonder zich goed en wel te beseffen dat deze opvattingen evengoed ooit ‘aangemaakt’ zijn.

Nationale identiteiten zijn namelijk allesbehalve statisch; zij zijn constant in beweging, en worden continu opnieuw uitgevonden. Wat de oplossing voor de problematiek rond de Sint en zijn helper ook wordt, deelnemers aan beide kanten van het debat zouden er goed aan doen zich niet te gedragen als gijzelaar van hun herinneringen, en te beseffen dat ook ‘nieuwe’ vormen van Sinterklaas uiteindelijk wortel zullen schieten in de Nederlandse maatschappij. Wat niet is, kan namelijk altijd nog worden. Pas dan, en geen seconde eerder, zal Zwarte Piet eindelijk verlost zijn van die emotionele dwangbuis.

Voor het betreffende boek over Walter Scott, zie: Ann Rigney, ‘The Afterlives of Walter Scott: Memory on the Move’ (New York: Oxford University Press, 2012).