Yes, he can

Hoe Obama de geschiedenis naar zijn hand zette.

Terwijl het kleurloze graniet van het Martin Luther King monument nog baadde in de stralende oktoberzon achter hem, betrad President Obama het podium. Hij glimlachte breeduit, zoals zo vaak in zijn carrière, en rustte zijn handen op het spreekgestoelte voor hem. Er klonk applaus.

‘Thank you!’ antwoordde de president, de karakteristieke glimlach nog altijd op zijn gezicht gebeiteld. ‘Thank you!’ Het applaus stierf. ‘Vandaag,’ begon Obama die ochtend in 2011, ‘vieren we de terugkomst van Dr. Martin Luther King, Jr. op de National Mall.’ En op de belangrijkste monumentengalerij van Washington zou het standbeeld van de burgerrechtenactivist ‘voor altijd overeind staan, zij aan zij met monumenten ter ere van de grondleggers en verdedigers van de natie; een zwarte predikant zonder rang of titel die uiting gaf aan onze diepste dromen en tijdloze idealen, die dankzij zijn aangrijpende morele appèl een permanente bijdrage leverde aan de perfectionering van onze unie.’

Het streven naar de zogenaamde more perfect union zou voor Obama’s toehoor allebehalve vreemd in de orgen hebben geklonken. Zo opent de Amerikaanse grondwet met de plechtige woorden ‘We the People of the United States, in Order to form a more perfect Union’, en was het Obama zelf die als kandidaat in 2008 doorbrak met een speech getiteld ‘A More Perfect Union.’ Woorden die aldus in de Amerikaanse cultuur een canonieke status hebben aangenomen. En woorden die, op die oktoberochtend in 2011, dienst deden in Obamas beschrijving van de openbare  carrière van Martin Luther King.

Als MLK nog in leven was, zo hield Obama zijn publiek voor, ‘zou hij ons eraan herinneren dat de werkloze arbeider het recht heeft vraagtekens te zetten bij de graaicultuur op Wall Street,’ en dat ‘de zakenman scherp kan onderhandelen met de vakbond zonder de demonisering van het recht op een collectieve onderhandeling.’ Het eerste punt omvat een impliciete verwijzing naar de bezwaren van de Occupy Wall Street-beweging over de excessieve zelfverrijking in het Amerikaanse zakenleven, terwijl het tweede punt indirect verwees naar relatief recentelijk ingevoerde anti-vakbondswetten in Amerikaanse deelstaten.

Opvallend moderne thema’s dus, zeker gezien deze werden aangesneden op de herdenkingsbijeenkomst van een in 1968 overleden burgerrechtenactivist. Opvallend ook, omdat de debatten rondom deze thema’s veelal vorm krijgen langs de as van de twee grote politieke partijen. Ter illustratie: Republikeinse gouverneurs en politici zijn typische voorstanders van anti-vakbondswetten, terwijl hun Democratische tegenhangers zich hier meestal fel tegen verzetten. Hetzelfde geldt voor de regulering van Wall Street: waar de regering-Obama nog inzette op regulerende wetgeving, stemden Republikeinen in het Trump-tijdperk voor deregulering van het bankenwezen. Business as usual voor kenners van de Amerikaanse politiek.

Wat Obama’s speech echter zo opvallend maakte, is de manier waarop de vierenveertigste president de zeggingskracht van de herinnering aan Martin Luther King op een gelaagde manier inzette voor politieke doeleinden. Voor veel Amerikanen ontlenen formuleringen als ‘a more perfect Union’ hun zeggingskracht immers aan hun aanwezigheid in de tekst van de grondwet, en het gebruik van deze woorden in combinatie met de moraliteit inherent aan het symbool van Martin Luther King voorzagen de framing van Obama’s politieke standpunten van een sterk historisch, nationalistisch en moreel karakter.

Gedurende zijn ambtsperiode paste Obama een vergelijkbare strategie vaker toe. Zo stelde de Democraat in een speech uit 2015 dat ‘we’ het belangrijkste woord in de Amerikaanse democratie was, om dit punt vervolgens te illustreren met een opsomming van de klassieke frases “We the People” “We Shall Overcome” en zijn eigen “Yes, We Can. Op deze wijze verbond Obama zijn presidentschap met de canon van de Amerikaanse geschiedenis, en positioneerde hij zijn ambtstermijn in het verlengde van zijn voorgangers.

Bovenstaande analyse van Obama’s retoriek suggereert dat de overkoepelende ideeën, symbolen en canonieke gebeurtenissen uit nationale geschiedenissen politiek geoperationaliseerd worden. Alhoewel dit fenomeen weliswaar in hogere mate expliciet wordt gemaakt in de Verenigde Staten dan in Europese landen, is dit niet per definitie een Amerikaanse innovatie: elke vorm van nationalisme is an sich immers te abstract om concrete betekenis te verwerven. De Amerikaanse casus leert dat deze betekenis niet zozeer ‘bestaat’, maar wordt gecreëerd in de openbare ruimte.

Dit artikel bevat vertaalde citaten uit Obama’s speeches. De originele teksten zijn (in volgorde van gebruik) hier en hier te vinden.

1 Reactie

Voeg toe →

  1. Interessante analyse, met name dat de betekenis van het verleden – en dus ook van het heden en toekomst – steeds weer opnieuw geschapen wordt door politieke leiders.
    En dus niet vaststaat en telkens door ons getoetst moeten worden.
    Vergt een actief burgerschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *